De ‘Alt-Right’ in Europa

 
 
Read in English Read in French Read in German

Eerder deze maand publiceerde VOX-Pol de Alt-Right Twitter Census, bedoeld om de online activiteiten te analyseren van uiterst rechts. Het rapport inventariseerde bijna 30.000 volgers van zelfverklaarde extreemrechtse Twitter-accounts, met gebruikmaking van gebruikersnamen of profielgegevens.

Het zwaartepunt van de beweging die door het rapport in kaart werd gebracht, bevindt zich in de Verenigde Staten. Maar dat is niet het hele verhaal. De data en andere informatie laat zien dat deze blanke nationalistische beweging voet aan de grond heeft gekregen en banden aangeknoopt over de hele wereld, inclusief Europa en Australië.

Er zijn verschillende factoren waardoor de gegevens in een Amerikaans jasje zijn gestoken. Dit heeft vooral te maken met de bevinding in het rapport dat de Amerikaanse president Donald Trump een symbiotische relatie bleek te onderhouden met de beweging. Hij speelt in op hun grieven en heeft gezorgd voor meer samenhang tussen de uiteenlopende extremistische ideologieën die vertegenwoordigd zijn in de dataset. Tegelijkertijd schaarde de beweging zich vierkant achter Trump, zoals te zien in vrijwel elk aspect van de activiteiten – waaronder de gebruikte woorden in de Twitter-profielen en de getwitterde hashtags en links.

De andere factoren waardoor de gegevens een Amerikaanse focus hebben zijn o.m. het gebruik van de Engelse term “alt-right” bij de inzameling en de aanwezigheid van die grotere en beter georganiseerde extreemrechtse bewegingen elders in de wereld, die in zich de eerste plaats vereenzelvigen met hun eigen specifieke ideologie en minder behoefte hebben om onderdeel uit te maken van een “grote tent” onder de alt-right noemer. Desondanks laten de gegevens de internationale verwevenheid zien van extreemrechts.

Binnen een typerend Engelstalig sociaal netwerk communiceert ongeveer 15 procent van de gebruikers in het Spaans – vaak de tweede meest voorkomende taal –  met de Twitter-website. Toch was het Spaans ondervertegenwoordigd in de extreemrechtse dataset. Dat is niet bepaald verrassend, gezien de zware nadruk die de beweging legt op het verzet tegen immigratie in de Verenigde Staten vanuit Latijns-Amerika.

Steeds opnieuw merkte ik dat taal één van de grootste barrières vormde bij de vorming van samenhangende sociale netwerken. Daarom is het niet echt verwonderlijk dat de tweede meest voorkomende taal het Nederlands was, gesproken door ongeveer 6 procent van de gebruikers. Taalkundig is dit logisch, aangezien tenminste 90 procent van de inwoners van Nederland aangeeft Engels te spreken.

Politiek speelde ook een rol bij deze contacten. Met name de PVV (Partij voor de Vrijheid) van Geert Wilders, berucht vanwege zijn anti-Islam extremisme. Wilders heeft ook internationaal veel aanhang en twittert zowel in het Engels als in het Nederlands. Afkeer van moslims en de Islam is één van de overheersende thema’s in het extreemrechtse netwerk en de internationale bekendheid van Wilders heeft mede gezorgd voor de betrokkenheid van Nederlandse gebruikers bij het extreemrechtse sociale netwerk. De meest populaire hashtag bij de Nederlandse gebruikers binnen het netwerk was #PVV; ook #Islam werd veelvuldig getwitterd.

Alt-right onderhoudt ook goede banden met extreem rechts in het Verenigd Koninkrijk en Australië waar taalbarrières geen obstakel zijn bij de uitwisseling van ideeën en de verheerlijking van bepaalde persoonlijkheden. Tijdens de onderzochte periode was er duidelijk sprake van toegenomen steun voor Tommy Robinson, medeoprichter van de anti-immigratie English Defense League (EDL). Robinson werd gearresteerd vanwege een verstoring van de openbare orde in verband met een strafrechterlijke procedure in de periode die werd geanalyseerd in de AltRight Twitter Census. Grote aantallen aanhangers werden door het extreemrechtse sociale netwerk gemobiliseerd ter ondersteuning.

Er zijn andere extreemrechtse en anti-immigratiepartijen in Europa met belangen die in belangrijke mate overlappen met extreemrechts maar deze waren veel minder betrokken bij het netwerk dan de PVV. Dit was vermoedelijk – althans, ten dele – het gevolg van taalbarrières.

Dankzij de relatieve verkiezingsoverwinningen van partijen als de rechts-liberale Alternative für Deutschland (Alternatief voor Duitsland) en het Franse Rassemblement national (het voormalige Front National) is het idee van een overkoepelend extreemrechts etiket niet zo nuttig voor dergelijke groeperingen. De opkomst van  extreemrechts in de Verenigde Staten weerspiegelt de vrij zwakke positie van uiterst rechts in het reguliere Amerikaanse politieke tweepartijenstelsel.

Alt-right fungeert voornamelijk als een groep die de politieke activiteiten van radicaal-rechts ondersteunt maar ook de invloed vergroot van groepen als de neonazi’s, die op zich niet over een aanzienlijke achterban beschikken. Als de neonazi’s zelf een politieke partij zouden kunnen vormen of als er ruimte was voor een Amerikaans meerpartijenstelsel dan zou een extreemrechtse inbedding wellicht niet als nodig of gewenst worden beschouwd.

Er was een zichtbare toename van de Europese activiteten binnen het netwerk rondom de fel bevochten parlementsverkiezingen in Slovenië, waar een anti-immigratiepartij de relatieve winnaar was. Hoewel hiervoor geen sluitend bewijs uit de data naar voren komt, bestaat de mogelijkheid dat deze activiteiten onderdeel uitmaakten van een geregisseerde campagne, mogelijk betaald door de staat en/of als initiatief van extreemrechtse activisten, waarmee rechtstreekse invloed werd uitgeoefend. In het verleden doorbraken dergelijke campagnes nogal eens de taalbarrière, met als meest opvallende voorbeeld de Franse presidentsverkiezingen in 2017 toen extreemrechtse gebruikers de Franse sociale netwerken bestookten met de inhouden van e-mails die waren gestolen van de uiteindelijke winnaar van de campagne, Emmanuel Macron. Waarschijnlijk is de achtergrond van dergelijke kortstondige perioden van intense internationale samenwerking een combinatie van ideologisch opportunisme, steun voor internationale en bekende rechtse persoonlijkheden als de presidentskandidate Marine Le Pen en inmenging of versterking middels door staten gesteunde beïnvloedingscampagnes.

Per saldo doet de alt-right groepering voornamelijk dienst als bindmiddel voor extreem rechts in Amerika; een land dat niet over een meerpartijenstelsel beschikt. Dus dient het andere manieren te bieden om invloed uit te oefenen binnen een tweepartijensysteem. Terwijl dit maakt dat de radicaal-rechtse bewegingen in Europa minder behoefte hebben aan een overkoepelend etiket zal de Amerikaans extreemrechtse beweging verstrengeld blijven met de Europese politiek, dankzij de ideologische verwantschapn uit tactische overwegingen, maar in Europe niet de belangrijke voorhoederol spelen zoals geambieerd wordt in de Verenigde Staten.

J.M. Berger is de auteur van Extremism (MIT Press, 2018). Hij is wetenschappelijk onderzoeker bij VOX-Pol en als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de universiteit van Swansea.